In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van openlijke geweldpleging. De tenlastelegging betrof geweldpleging in vereniging tegen een persoon op een openbare plaats in Amsterdam op 30 oktober 2021.
Het hof onderscheidde twee fases van het geweld: een eerste fase binnen de bus waarbij verdachte de aangever een tik op het achterhoofd gaf, en een tweede fase buiten de bus waarbij meerdere personen de aangever belaagden en sloegen. Uit verklaringen van getuigen en de aangever bleek dat het geweld in de bus was geëindigd voordat het geweld buiten de bus begon.
Omdat verdachte niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden aangewezen als een van de buiten de bus geweldplegende personen en het geweld buiten de bus het letsel veroorzaakte, kon het hof niet aannemen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het in vereniging plegen van geweld. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.