In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd onder meer beschuldigd van poging zware mishandeling, bedreiging met een mes, wederspannigheid, diefstal, lokaalvredebreuk en vernieling.
Het hof sprak verdachte vrij van het wederrechtelijk binnendringen van een winkelcentrum wegens onvoldoende bewijs van het opgelegde winkelverbod. De poging tot zware mishandeling werd eveneens niet bewezen geacht, maar de bedreiging met een mes werd wel bewezen verklaard op basis van betrouwbare verklaringen van het slachtoffer en een getuige. De diefstal in een tabakszaak werd bewezen verklaard op grond van camerabeelden en verklaringen.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte zich met geweld verzette tegen politieambtenaren tijdens zijn aanhouding en dat hij wederrechtelijk een cel van de politie onbruikbaar maakte. De verdachte werd veroordeeld tot 40 dagen gevangenisstraf, rekening houdend met eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden. De vordering tot immateriële schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van geestelijk letsel.