ECLI:NL:GHAMS:2025:2341
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling zomervakantie 2025 voor jonge kinderen onder toezicht
De zaak betreft de zorgregeling voor de zomervakantie 2025 van twee jonge kinderen, waarbij de moeder hoger beroep instelde tegen een beschikking van de kinderrechter die een verblijf van drie weken aaneengesloten bij de vader bepaalde. De moeder vond deze periode te lang en maakte zich zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen bij de vader. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader steunden de bestreden beschikking.
De procedure omvatte meerdere eerdere beslissingen over zorgregelingen en ondertoezichtstellingen. De kinderen zijn jong, respectievelijk drie jaar en twintig maanden oud, en wonen bij de moeder. De ouders zijn in conflict en kunnen niet goed samenwerken, wat heeft geleid tot ondertoezichtstelling en betrokkenheid van de GI en bijzondere curator.
Het hof oordeelde dat de beschikking moet worden gezien als een beslissing op grond van artikel 1:265g BW, waartegen hoger beroep openstaat, waardoor het beroep van de moeder ontvankelijk is. Het hof stelde vast dat ondanks het jonge leeftijdsadvies van frequente korte contacten, de gespannen relatie en het wantrouwen tussen ouders en GI een langere aaneengesloten periode bij de vader in het belang van de kinderen is. De GI baseerde haar verzoek op adviezen van een gedragsdeskundige en positieve ervaringen uit eerdere vakanties.
Het hof vond geen aanwijzingen voor onveiligheid bij de vader en achtte het belang van hechting aan de vader zwaarwegend. De moeder werd geadviseerd de regeling te respecteren en de ouders werden opgeroepen hun conflicten te verminderen ten behoeve van de kinderen. De beschikking werd bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling voor de zomervakantie 2025 waarbij de kinderen drie weken aaneengesloten bij de vader verblijven.