De zaak betreft de vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarige van 14 jaar na het beëindigen van de relatie tussen de ouders in december 2018. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €289 per maand vanaf 13 februari 2024, maar de vader betwistte dit bedrag en de ingangsdatum. De moeder vorderde een hoger bedrag.
In hoger beroep heeft het hof de behoefte van het kind vastgesteld op basis van het actuele inkomen van de vader, wiens bedrijf in opbouw is en waarvan de winstprognose voor 2024 het beste beeld geeft. De behoefte werd vastgesteld op €458 per maand, waarbij rekening is gehouden met het feit dat de ouders wel hebben samengewoond. De draagkracht van de ouders werd berekend, waarbij de vader een draagkracht van €773 en de moeder van €582 per maand heeft.
Op basis van deze draagkrachtverdeling moet de vader €261 per maand betalen aan kinderalimentatie met ingang van 13 februari 2024. Het hof verwierp de zorgkorting omdat de vader geen omgang met het kind heeft. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling.