Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
- € 6.000,25 ter zake van de spaarrekening;
- € 1.209,41 ter zake van de Rabo rekening;
3.De omvang van het geschil en de beoordeling
- het saldo van de spaarrekening bedroeg per peildatum € 12.000,49;
- het saldo van de hypotheekrekening bedroeg per peildatum € 2.418,87;
- het saldo van de spaarrekening is na de peildatum, in delen, door de man geheel overgeboekt op de gezamenlijke betaalrekening van partijen met rekeningnummer [rekeningnummer 2] , hierna te noemen ‘de betaalrekening’;
- na de peildatum is nog eenmaal het salaris van de man alsmede een door hem ontvangen bonus op de betaalrekening gestort, in totaal een bedrag van € 17.500,--;
- het saldo van de betaalrekening was eind oktober 2021 nihil;
- beide partijen hadden toegang tot alle drie de bankrekeningen;
- beide partijen hebben opnames gedaan van de betaalrekening in de periode na de peildatum tot eind 2021;
- de man stortte maandelijks vanaf de betaalrekening een vast bedrag op de hypotheekrekening met als doel de betaling van de hypotheeklasten van de hypotheek waar beide partijen hoofdelijk aansprakelijk voor waren;
- de betalingen op de hypotheekrekening zijn aangewend voor de hypotheeklasten.