ECLI:NL:GHAMS:2025:2286
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing en voorlopige voorziening na ontruiming woning wegens overlast
In hoger beroep is door [appellant] verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming van haar woning wegens overlast. De kantonrechter had haar veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, met dwangsom bij niet-naleving.
Het hof constateert dat de woning inmiddels is ontruimd, waardoor schorsing van de tenuitvoerlegging niet meer mogelijk is. [appellant] vordert daarnaast op grond van artikel 223 Rv Pro dat zij weer toegang krijgt tot de woning of dat verhuurder wordt verboden derden in de woning te plaatsen gedurende het hoger beroep.
Na belangenafweging oordeelt het hof dat het belang van verhuurder bij behoud van de ontruimde woning zwaarder weegt dan het belang van [appellant]. Haar psychische gezondheid is onvoldoende concreet onderbouwd en het risico op verdere verslechtering onvoldoende aannemelijk gemaakt. De vorderingen worden daarom afgewezen.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord door verhuurder. De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de ontruiming en tot het verkrijgen van toegang tot de woning worden afgewezen.