Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
Uit het derde lid volgt dat de rechter het recht op omgang slechts ontzegt, indien:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het verzoek van een vader om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen van 15 en 16 jaar. De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat de kinderen geen contact meer wensen met hun vader. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing, terwijl de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming de afwijzing steunden.
Tijdens de procedure zijn de kinderen gehoord en hebben zij duidelijk gemaakt geen contact met hun vader te willen. De vader respecteert dit, maar wil het hoger beroep niet intrekken om te laten zien dat hij het contact belangrijk vindt. De moeder stelt dat het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van de kinderen is, mede vanwege eerdere mishandeling en het ontbreken van initiatief van de vader.
Het hof volgt het advies van de Raad en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Gezien de leeftijd van de kinderen en hun uitgesproken wens geen contact te hebben, ziet het hof geen ruimte voor een omgangsregeling. Een omgangsregeling zou in strijd zijn met de zwaarwegende belangen van de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling omdat de kinderen geen contact willen en dit in hun zwaarwegende belang is.