ECLI:NL:GHAMS:2025:2190
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewijsbeslag en medewerkingsplicht in merkinbreukzaak tussen Coty en Prestige
Coty heeft bewijsbeslag laten leggen onder Prestige wegens vermeende merkinbreuk. Coty stelde dat Prestige onvoldoende medewerking verleende aan het beslag en daardoor dwangsommen verbeurde. De voorzieningenrechter wees dit af en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat voor het opleggen van dwangsommen concreet en tijdig aan Prestige moet zijn meegedeeld welke medewerking werd verwacht binnen een redelijke termijn. Dit is niet gebleken uit het proces-verbaal van de deurwaarder. Ook het uitstel van medewerking in overleg met advocaten van Prestige leidt niet tot het verbeuren van dwangsommen.
Verder heeft Coty onvoldoende spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening tot inzage in de beslagen gegevens, nu zij een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt en het vonnis van de rechtbank Den Haag al een merkinbreukverbod oplegt. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt Coty in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Prestige niet tekort is geschoten in haar medewerkingsplicht en wijst de vorderingen van Coty af.