ECLI:NL:GHAMS:2025:2177
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing gezamenlijk gezag en toewijzing uitbreiding omgangsregeling vader
De zaak betreft het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen en de omgangsregeling uit te breiden. De rechtbank had het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader het kind in even weken van zaterdag tot zondag en in oneven weken op zondag enkele uren ziet.
In hoger beroep betoogt de vader dat gezamenlijk gezag het wettelijke uitgangspunt is en in het belang van het kind om beide ouders gelijkwaardig te betrekken bij opvoedingsbeslissingen. De moeder stelt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en gezamenlijk gezag daarom niet haalbaar is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een onderzoek naar de mogelijkheid van gezamenlijk gezag, maar ziet geen bezwaar tegen de uitbreiding van de omgang.
Het hof overweegt dat de ouders een langdurig moeizame verstandhouding hebben zonder vertrouwen en dat eerdere hulpverleningstrajecten geen verbetering hebben gebracht. Gezien het onaanvaardbare risico dat het kind klem raakt tussen de ouders, wijst het hof het verzoek tot gezamenlijk gezag af en bekrachtigt de rechtbankbeschikking. Wel wijzigt het hof de omgangsregeling door een extra overnachting van zondag op maandag bij de vader toe te staan, omdat dit het belang van het kind dient en spanningsvolle overdrachtsmomenten vermindert.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af maar wijzigt de omgangsregeling door een extra overnachting bij de vader toe te kennen.