ECLI:NL:GHAMS:2025:2173
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bekrachtigt machtiging tot uithuisplaatsing en wijst terugplaatsing toe per herfstvakantie
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die een machtiging tot uithuisplaatsing van vijf minderjarige kinderen heeft verleend. De ouders waren het niet eens met deze beslissing en verzochten om vernietiging en schorsing van de machtiging, zodat de kinderen tijdens de procedure bij hen konden verblijven.
De rechtbank had de machtiging verleend vanwege ernstige en concrete zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen, gebaseerd op meldingen van diverse instanties en eerdere ondertoezichtstellingen. De GI en het Regionaal Expertise Team stelden dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was om de kinderen in een veilige omgeving individuele hulpverlening te bieden.
Het hof oordeelde dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht was verleend, maar dat op termijn terugplaatsing bij de ouders moet worden nagestreefd. De situatie van de ouders was verbeterd, met verhuizing en opstart van hulpverlening. Het emotioneel welzijn van de kinderen was echter achteruitgegaan in het gezinshuis. Het hof besloot daarom de machtiging tot 11 oktober 2025 te bekrachtigen en daarna te beëindigen, met een zorgvuldige terugplaatsing in de herfstvakantie.
Het verzoek tot schorsing werd afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen. Het hof benadrukte dat de ouders zich moeten inspannen voor een goede samenwerking met hulpverleners en erkenning van de hulpbehoefte van de kinderen om nieuwe interventies te voorkomen.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd tot 11 oktober 2025, daarna terugplaatsing bij ouders met afwijzing schorsingsverzoek.