ECLI:NL:GHAMS:2025:2162
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag moeder over minderjarige wegens ongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het ouderlijk gezag van beide ouders over hun minderjarige dochter heeft beëindigd. De moeder betwist de beslissing en verzoekt vernietiging van de beschikking, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming deze juist ondersteunt.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2020 onder toezicht staat en sinds 2021 uit huis is geplaatst in een pleeggezin vanwege ernstige zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling. De moeder wordt door het hof onvoldoende geacht om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding op een constructieve en voorspelbare wijze te dragen. Dit mede door het ontbreken van probleembesef, het niet nakomen van omgangsafspraken en het risico op vertraging van de traumabehandeling.
Het belang van de minderjarige bij een veilige, stabiele en voorspelbare opvoedsituatie weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij behoud van gezag. Het hof concludeert dat voortzetting van het gezag onrust en onduidelijkheid voor het kind zal veroorzaken en bekrachtigt daarom de bestreden beschikking tot beëindiging van het gezag van de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige wegens onvoldoende geschiktheid.