Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
- bepaald dat [verweerder] mede met het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast;
- bepaald dat [verzoeker ] zo snel mogelijk doch uiterlijk voor 24 februari 2025 samen met [minderjarige] dient terug te verhuizen naar [plaats B] of omstreken;
- een zorgregeling vastgesteld vanaf het moment dat [minderjarige] weer in [plaats B] woont, waarbij [minderjarige] om de week van maandag uit school tot en met de daaropvolgende maandag naar school bij [verweerder] verblijft, en een voorlopige zorgregeling bepaald waarbij [minderjarige] ieder weekend bij [verweerder] verblijft zolang [minderjarige] niet in [plaats B] woont, waarbij [verweerder] [minderjarige] op vrijdag ophaalt in België en [verzoeker ] hem op zondag ophaalt uit [plaats B] . Het verzoek van [verweerder] om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen heeft de rechtbank afgewezen.
5.De motivering van de beslissing
Het verzoek van [verweerder] om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen zal dus worden afgewezen, evenals zijn verzoek om [minderjarige] op zijn woonadres in de Bevolkingsregistratie Personen in te schrijven.