Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
aandelen, onder nummer 51.100’in de verklaring van 20 augustus 2018 heeft [de vrouw] bedoeld de aandelen die zij samen met [de man] bezat in [X] N.V. Met ‘
de zaak België’, wordt niet alleen de zaak tegen de koper [naam 1] bedoeld, maar ook de zaak tegen [naam 1] ’ toenmalige advocaat mr. Delporte en tegen de balies van Waals, Brabant en Gent. ‘
De Belgische vordering’betreft dus de vordering in al die zaken. [de vrouw] was volledig op de hoogte van haar juridische positie ten aanzien van de aandelen, van de hoogte van de koopsom van € 400.000,- en van de procedures. Voorts wijst [de man] op de brief van 7 december 2018 aan hem van de advocaat die [de vrouw] destijds bijstond, mr. W.E. Groot te Bovenkarspel, waarin de advocaat de lasten en baten van de goederengemeenschap heeft opgesomd en, voor zover hier van belang, heeft geschreven:
“De schuldenlast is dermate zwaar voor cliënte dat zij zonder een saneringsregeling nooit meer schuldenvrij zal zijn. Zij zal zich dan ook aanmelden voor een saneringstraject. De schuldhulpverlener verlangt daarvoor dat de ‘verdeling van de gemeenschap van goederen’ heeft plaatsgevonden. Wat cliënte betreft is dat met bovenstaande beschrijving gebeurd.”In de opsomming van de baten en lasten komt de Belgische vordering niet voor.
uitstekend”dient te worden ingeschat.
Sorry ik kan dit medisch niet meer aan hoor, ik zal z.s.m. met de mappen beginnen, wegens gezondheidsredenen stop ik hier mee, ik kan niet meer.”Ook in de verklaring van [de vrouw] van 20 augustus 2018 waarop [de man] zich beroept valt te lezen dat [de vrouw] het emotioneel niet meer aan kan. Het moet [de man] dus duidelijk geweest zijn dat [de vrouw] toen zij de verklaring schreef, werd bewogen door de stress en psychische belasting en de druk die [de man] haar oplegde. Aldus steeds [de vrouw] .
ontvangen, je weet dat ik met Belgie ben gestopt, sorry het is niet anders.