ECLI:NL:GHAMS:2025:2068
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens niet-handhaving
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2023. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 11 juli 2025 heeft de verdachte aangegeven het hoger beroep niet te willen handhaven en zijn geen schriftelijke grieven ingediend. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep onderzocht.
Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij nader onderzoek, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 11 juli 2025.
De beslissing betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter daarmee in stand blijft. De griffier en twee rechters konden het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving.