ECLI:NL:GHAMS:2025:2067
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens niet-handhaven van grieven
De verdachte was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 2 september 2022. Tijdens de terechtzitting op 11 juli 2025 heeft de verdachte te kennen gegeven het hoger beroep niet te willen handhaven. Tevens zijn geen schriftelijke grieven ingediend door of namens de verdachte. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep in overweging genomen.
Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij drie rechters zitting hadden. Twee rechters en de griffier konden het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid. De uitspraak vond plaats op 11 juli 2025 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving van het hoger beroep en het ontbreken van grieven.