ECLI:NL:GHAMS:2025:1989
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bekrachtigt deels machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige kinderen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen heeft verleend. De moeder betwist de noodzaak en proportionaliteit van de uithuisplaatsing, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming de machtiging steunen vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen.
De feiten tonen een langdurige zorgelijke situatie met ondertoezichtstelling sinds 2024, waarbij de moeder onvoldoende meewerkt aan hulpverlening en er signalen zijn van psychische problematiek. De oudste minderjarige is vanaf april 2025 tot 19 juni 2025 uit huis geplaatst, waarna zij terugkeerde naar de moeder. De jongste verblijft nog bij een pleeggezin.
Het hof oordeelt dat de machtiging terecht is verleend voor de jongste minderjarige en voor de oudste tot 19 juni 2025, maar vernietigt de machtiging voor de oudste daarna wegens verbetering van haar situatie en samenwerking van de moeder. De machtiging voor de jongste blijft van kracht vanwege aanhoudende zorgen en gebrek aan zicht op de thuissituatie. Het verzoek tot voortzetting van de uithuisplaatsing van de oudste wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de jongste minderjarige tot 30 september 2025 en van de oudste tot 19 juni 2025, vernietigt de machtiging daarna voor de oudste en wijst het verzoek tot voortzetting af.