Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[de vrouw] ,
2. [kind 1] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het verzoek van de man om de door hem te betalen kinderalimentatie voor zijn minderjarige kinderen op nihil te stellen. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, waarna de man in hoger beroep ging. De man is sinds 2010 arbeidsongeschikt en sinds 2 april 2024 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
Het hof overweegt dat de oorspronkelijke beschikking uit 2011 mede is gebaseerd op onvolledige financiële gegevens van de man. Desondanks heeft de man onvoldoende onderbouwd dat deze beschikking van meet af aan niet aan de wettelijke maatstaven voldeed. Wel is onomstreden dat de toelating tot de WSNP een relevante wijziging van omstandigheden vormt.
De vrouw en het kind stelden dat de man ondanks zijn arbeidsongeschiktheid neveninkomsten genereerde, hetgeen het hof onvoldoende gemotiveerd betwist acht. Daarom leidt de arbeidsongeschiktheid en het WSNP-traject ertoe dat de man geen draagkracht heeft om kinderalimentatie te betalen vanaf 2 april 2024. De onderhoudsverplichting jegens de jongmeerderjarige eindigde op 17 juli 2024, en de verplichting jegens de minderjarige herleeft na afloop van het WSNP-traject.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze het verzoek tot nihilstelling vanaf 2 april 2024 afwees en stelt de onderhoudsbijdrage op nihil voor de duur van het WSNP-traject. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige verzoek in hoger beroep is afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt op nihil gesteld vanaf 2 april 2024 gedurende het WSNP-traject wegens gebrek aan draagkracht.