ECLI:NL:GHAMS:2025:1935
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens ontbreken bewijs kennis cocaïne in kermisattractie
De verdachte werd beschuldigd van het samen met anderen invoeren van 488 kilogram cocaïne in een kermisattractie die met een motorschip vanuit Curaçao naar Nederland werd vervoerd. Na ontdekking van de cocaïne in de kermisattractie in Rotterdam werd de verdachte aangehouden, maar later vrijgelaten.
Het openbaar ministerie stelde dat de verdachte het transport had georganiseerd en vooraf wist van de cocaïne, onderbouwd met afgeluisterde gesprekken en ontmoetingen met medeverdachten. De verdediging ontkende betrokkenheid en wees op de mogelijkheid dat anderen verantwoordelijk waren.
Het hof oordeelde dat hoewel de verdachte zeggenschap had over het transport, het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat hij wist van de cocaïne. Camerabeelden en gesprekken waren onvoldoende concreet of konden ook op anderen slaan. Bezoeken aan een woning van een medeverdachte in juni en juli 2016 bewezen geen voorkennis.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wist van de cocaïne in de kermisattractie.