ECLI:NL:GHAMS:2025:1878
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag vader over minderjarige wegens bedreiging en onveiligheid
Het geschil betreft de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over zijn vijfjarige kind. De rechtbank had het gezag reeds beëindigd op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, omdat het kind ernstig in haar ontwikkeling werd bedreigd door het gedrag van de vader. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De vader betwistte dat het gezag moest worden beëindigd en stelde dat lichtere maatregelen zoals schorsing volstaan. Hij voerde aan dat hij emotioneel beschikbaar was en dat het contact met het kind werd belemmerd door de moeder. De moeder en de raad steunden de beëindiging vanwege de onveiligheid en het negatieve effect op het kind.
Het hof oordeelde dat de vader herhaaldelijk geweldsincidenten en bedreigingen jegens de moeder heeft gepleegd, wat ook het welzijn van het kind schaadt. Ondanks hulpverlening en strafrechtelijke veroordelingen toont de vader geen inzicht en blijft hij onveilig gedrag vertonen. Het hof concludeerde dat het gezag terecht is beëindigd en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
De beslissing is gebaseerd op artikel 1:266 lid 1 BW Pro en houdt rekening met het belang van het kind en de noodzakelijke bescherming van haar ontwikkeling en veiligheid. De inmenging in het gezinsleven is proportioneel en gerechtvaardigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over het kind wegens ernstige bedreiging en onveiligheid.