ECLI:NL:GHAMS:2025:1850
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- A.R.O. Mooy
- J.A.H. Bruggemann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen beslissing kamer notariaat inzake klacht notaris
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een notaris bij de kamer voor het notariaat, welke door de voorzitter van de kamer als kennelijk niet-ontvankelijk werd afgewezen. Klaagster stelde hiertegen verzet in, dat door de kamer ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde klaagster hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 99 lid 19 Wet Pro op het notarisambt geen hoger beroep openstaat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is. Alleen indien een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, kan deze uitsluiting worden doorbroken. Klaagster heeft geen dergelijke doorbrekingsgrond aangevoerd.
Het hof concludeert dat klaagster niet ontvankelijk is in haar hoger beroep. De aangevoerde bezwaren betreffen geen schending van fundamentele rechtsbeginselen en er zijn geen feiten die een eerlijke en onpartijdige behandeling in twijfel trekken. Daarom verklaart het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de kamer.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer notariaat.