Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1793

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
200.341.996/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteprocedure na minnelijke regeling bij Kanteel Beheer B.V.

Het bestuur, de raad van commissarissen (RvC) en de ondernemingsraad (OR) van Kanteel Beheer B.V. hebben op 4 juni 2024 een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap, alsmede tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Stichting Kanteel, als belanghebbende, heeft dit verzoek bij verweerschrift van 5 september 2024 betwist en verzocht het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen.

Tijdens de zitting van 26 september 2024 hebben partijen hun standpunten toegelicht en is besloten de procedure aan te houden om te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk was. Een deskundige werd voorgesteld om de mogelijkheden hiertoe te verkennen. Vervolgens hebben partijen op 8 april 2025 gezamenlijk aan de Ondernemingskamer medegedeeld dat zij een minnelijke regeling hebben getroffen en verzocht de enquêteprocedure te beëindigen.

De Ondernemingskamer heeft op 9 juni 2025 Stichting Kanteel om een reactie gevraagd, die bevestigde in te stemmen met de beëindiging. Gezien de bereikte overeenstemming bestaat er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Daarom verklaart de Ondernemingskamer het verzoek van het bestuur, de RvC en de OR niet-ontvankelijk en ziet zij af van het opleggen van proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot enquête wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het bereiken van een minnelijke regeling, waardoor de procedure wordt beëindigd.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.341.996/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juni 2025
inzake
1.
HET STATUTAIRE BESTUUR VAN KANTEEL BEHEER B.V.en de
RAAD VAN COMMISSARISSEN VAN KANTEEL BEHEER B.V.
beiden namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid van
KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
2.
DE ONDERNEMINGSRAAD VAN KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
VERZOEKERS,
advocaten:
mrs. M.V.A. Heuten, A.R.T. Kroonen
V.M. van Erpers Roijaards, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
VERWEERSTER,
e n
1. de stichting
STICHTING KANTEEL,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
advocaat:
mr. J.F.M. Heuvelmans, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
2.
DE CENTRALE OUDERRAAD VAN KANTEEL BEHEER,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
niet verschenen,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeker 1 als het bestuur en de RvC;
  • verzoeker 2 als de OR;
  • verweerster als Kanteel Beheer;
  • belanghebbenden ieder afzonderlijk als Stichting Kanteel en de Centrale Ouderraad.

1.Het verloop van het geding

1.1
Het bestuur, de RvC en de OR hebben bij verzoekschrift van 4 juni 2024, kort gezegd, de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Kanteel Beheer en verzocht bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen.
1.2
Bij verweerschrift van 5 september 2024 heeft Stichting Kanteel de Ondernemingskamer, kort gezegd, verzocht het bestuur, de RvC en de OR niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoeken, althans de verzoeken af te wijzen.
1.3
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 26 september 2024. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht en vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Daarna zijn partijen overeengekomen de procedure aan te houden en de Ondernemingskamer te verzoeken een deskundige voor te stellen, die met partijen de mogelijkheden zal verkennen om een minnelijke regeling te treffen. De Ondernemingskamer heeft daarop een deskundige aan partijen voorgesteld.
1.4
Bij e-mail van 8 april 2025 heeft mr. Van Erpers Roijaards namens het bestuur, de RvC en de OR van Kanteel Beheer medegedeeld dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en verzocht de enquêteprocedure te beëindigen.
1.5
Bij e-mail van 9 juni 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. Heuvelmans verzocht zich namens Stichting Kanteel over het verzoek tot beëindiging van de enquêteprocedure uit te laten.
1.6
Bij e-mail van diezelfde dag heeft mr. Heuvelmans bevestigd dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en ingestemd met beëindiging van de enquêteprocedure.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Gelet op de overeenstemming die partijen hebben bereikt over een minnelijke regeling bestaat geen belang meer bij beoordeling van en beslissing op het verzoek, zodat het bestuur, de RvC en de OR van Kanteel Beheer in hun verzoek niet ontvankelijk zijn.
2.2
Gelet op de inhoud van de getroffen schikking is er geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verklaart het bestuur, de raad van commissarissen en de ondernemingsraad van Kanteel Beheer B.V. niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.P. Wessels, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025.