Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1757

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
23-000424-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging jeugddetentie voor invoer cocaïne met aanvullende bewijsoverweging

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kinderrechter bevestigd waarin de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van cocaïne. Het hof voegde een aanvullende bewijsoverweging toe, waarbij het de verklaring van de verdachte dat zij niet wist voor wie zij de flessen meenam en de weigering om namen te noemen, als onvoldoende en niet verifieerbaar beoordeelde.

De gebruikte bewijsmiddelen werden vervangen door die welke, na eventueel cassatieberoep, in een aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Tevens wijzigde het hof de instantie die toezicht houdt op de naleving van bijzondere voorwaarden, van het Leger des Heils en de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg naar de Organisatie Justitiële Zorg, conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest, waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten het hebben van een structurele dagbesteding in de vorm van school of werk en een meldplicht.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juli 2025, waarbij de jongste raadsheer niet kon ondertekenen.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 180 dagen jeugddetentie, waarvan 161 dagen voorwaardelijk, voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000424-25
datum uitspraak: 3 juli 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-241989-24 tegen
[verdachte],
geboren te [land] ) op [geboortedag] 2007,
adres: [adres] ( [land] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden het hebben van een structurele dagbesteding in de vorm van school of werk en een meldplicht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
  • de bewijsoverweging van de kinderrechter aanvult zoals in het navolgende weergegeven;
  • de gebruikte bewijsmiddelen zal vervangen door de bewijsmiddelen die, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, en
  • in plaats van het Leger des Heils en de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg [land] , de

Aanvulling bewijsoverweging

Bij het oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte opzettelijk cocaïne heeft ingevoerd, betrekt het hof ook de volgende feiten en omstandigheden. De verdachte heeft verklaard dat zij niet wist voor wie zij de flessen moest meenemen naar Nederland. Daarnaast heeft zij nooit de naam willen geven van de persoon die haar gevraagd zou hebben de flessen mee naar Nederland te nemen. Zij heeft haar verklaring daarmee op geen enkele wijze handen en voeten gegeven. Haar verklaring is dan ook niet te verifiëren.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. A.W.T. Klappe en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
[…]