Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
De raad en de vader zijn het wel eens met de bestreden beschikking.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] (6 jaar) en [minderjarige 2] (5 jaar), door een gecertificeerde instelling op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder is tegen deze maatregel in hoger beroep gegaan, stellende dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging en dat vrijwillige hulpverlening voldoende is.
De kinderrechter had de kinderen onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, tot 23 oktober 2025. De vader en de raad steunen deze beslissing. Het hof heeft de procedure gevolgd met meerdere schriftelijke stukken en een mondelinge zitting.
Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen in hun ontwikkeling ernstig worden bedreigd door de langdurige conflicten tussen de ouders, met name door de stopgezette omgang na beschuldigingen van seksueel misbruik die na politieonderzoek geseponeerd zijn. De moeder blijft vasthouden aan deze beschuldigingen en houdt de hulpverlening op afstand, terwijl de vader meerdere afspraken niet nakomt en er zorgen zijn over zijn emotieregulatie.
Het hof oordeelt dat het wantrouwen en de strijd tussen de ouders de kinderen in een loyaliteitsconflict brengen, waardoor zij niet onbelast contact met de vader kunnen hebben. Vrijwillige hulpverlening heeft onvoldoende resultaat geboekt. Daarom is het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Het hof bekrachtigt de beschikking en adviseert de gecertificeerde instelling om alternatieve hulpverlening te zoeken vanwege lange wachtlijsten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.