ECLI:NL:GHAMS:2025:1519
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag bestuurder en handhaving moskeeverbod door stichtingen
Na een tussenarrest en aanvullend bewijs, waaronder getuigenverklaringen, heeft het hof vastgesteld dat op 10 maart 2021 een geldige bestuursvergadering heeft plaatsgevonden waarbij appellant als bestuurder is ontslagen. De stichtingen hebben overtuigend bewijs geleverd dat appellant aanwezig was en instemde met zijn ontslag, ondanks zijn verzoek om als imam te blijven functioneren.
De getuigenverklaringen beschrijven de vergadering als een lange, intensieve bijeenkomst na het avondgebed in een Arabische setting binnen de vergaderruimte van de stichting. Hoewel appellant een alternatief scenario voorstelde, kon dit niet overtuigend worden onderbouwd en werd het door het hof verworpen.
Daarnaast is het moskeeverbod tegen appellant gehandhaafd. Het hof oordeelt dat de belangen van de stichtingen om de rust en veiligheid binnen de moskee te waarborgen zwaarder wegen dan het belang van appellant om toegang te behouden. Appellant heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het verbod onredelijk is of waarom hij toegang zou moeten krijgen.
De overige vorderingen van appellant, waaronder verklaringen voor recht en verzoeken om informatie, zijn afgewezen wegens gebrek aan belang of onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag van appellant als bestuurder en wijst zijn vordering tot opheffing van het moskeeverbod af.