Deze zaak betreft een geschil over investeringen in cryptovaluta waarbij appellanten cryptovaluta aan geïntimeerde hebben overgemaakt voor belegging in onder meer altcoins. Geïntimeerde investeerde een groot deel in de munt Oyster Pearl (PRL), die waardeloos werd. Appellanten stelden dat geïntimeerde tekort is geschoten in zijn zorgplicht en onrechtmatig handelde door onvoldoende te informeren en onjuiste maandelijkse overzichten te verstrekken.
De rechtbank wees alle vorderingen af, maar het hof oordeelt dat geïntimeerde wel tekort is geschoten door vanaf oktober 2018 onjuiste informatie te verstrekken over de waarde van investeringen, wat schade heeft veroorzaakt. Het hof stelt dat de zorgplicht meebrengt dat geïntimeerde had moeten informeren over de verstrekte lening aan de CEO van PRL, maar dat het bestaan van een privérelatie onvoldoende is bewezen.
Het hof stelt dat de schade en het causaal verband moeten worden vastgesteld door vergelijking van de werkelijke situatie met een hypothetische situatie zonder tekortkoming. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere onderbouwing van de schade en reactie daarop. Daarnaast oordeelt het hof dat geïntimeerde geen performance fee toekomt omdat geen positief resultaat in bitcoin is behaald. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.