ECLI:NL:GHAMS:2025:1411
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ambtshalve ontslag bewindvoerder wegens gebrekkige transparantie en toezicht
De zaak betreft het hoger beroep tegen het ambtshalve ontslag van een bewindvoerder door de kantonrechter, waarbij de bewindvoerder en de rechthebbende zich verzetten tegen het ontslag. De kantonrechter had de bewindvoerder ontslagen wegens gewichtige redenen, waaronder het niet tijdig vragen van machtiging voor uitgaven boven € 1.500,- en het niet adequaat mogelijk maken van toezicht.
In hoger beroep bevestigt het hof dat een bewindvoerder niet alleen het vermogen goed moet beheren, maar ook de kantonrechter in staat moet stellen effectief toezicht te houden. Ondanks verzoeken om uitstel voor het indienen van de rekening en verantwoording, bleef de kantonrechter onwetend over grote uitgaven, wat het toezicht bemoeilijkte. Ook werd onvoldoende actie ondernomen om de hoge kosten voor de mentor te beperken.
Hoewel de voorkeur van de rechthebbende voor de bewindvoerder zwaar weegt, wegen de gebreken in de bewindvoering en transparantie zwaarder. De psychische gezondheid van de rechthebbende is kwetsbaar, maar het hof acht de aanwijzingen onvoldoende om het ontslag te herroepen. Het verzoek tot schorsing van de beschikking wordt afgewezen. Het hof bekrachtigt het ontslag en benoemt de nieuwe bewindvoerder.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ambtshalve ontslag van de bewindvoerder wordt bekrachtigd.