Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1286

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
23-003110-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van dagvaarding in hoger beroep wegens ontbrekende postcode bij betekening in buitenland

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 2 mei 2025 uitspraak gedaan over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was niet in Nederland gedetineerd of ingeschreven en had een adres in Bulgarije opgegeven. De dagvaarding werd naar dit buitenlandse adres verzonden, maar zonder vermelding van de postcode.

Volgens artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de dagvaarding aan een verdachte die in het buitenland verblijft op correcte wijze worden betekend, waarbij het adres volledig en correct moet zijn. De ontbrekende postcode maakte de betekening onvolledig en daarmee niet rechtsgeldig.

De raadsman van de verdachte had geen contact met de verdachte en was niet uitdrukkelijk gemachtigd om de verdediging te voeren. De verdachte was niet op de hoogte van de zitting en verscheen niet. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie had moeten achterhalen en vermelden van de postcode om de dagvaarding rechtsgeldig te betekenen.

Daarom verklaarde het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens ontbrekende postcode bij betekening naar het buitenlandse adres van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003110-22
datum uitspraak: 2 mei 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 november 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-302760-22 en 13-246634-22 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
2 mei 2025.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze aan de verdachte is betekend.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

De raadsman heeft op de terechtzitting meegedeeld dat hij geen contact heeft gehad met de verdachte en ervan uitgaat dat de verdachte niet op de hoogte is van de zitting. De raadsman heeft verder verklaard dat hij niet uitdrukkelijk is gemachtigd om de verdediging te voeren. Voorafgaand aan de terechtzitting heeft de raadsman per e-mailbericht aandacht gevraagd voor de betekening, waarop de advocaat-generaal per e-mailbericht heeft gereageerd.
Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient, indien als vaststaand kan worden aangenomen dat een verdachte niet in Nederland is gedetineerd en niet (in Nederland) is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en van hem ook geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel een adres in het buitenland bekend is, de betekening van de dagvaarding in hoger beroep te geschieden door toezending van de dagvaarding, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. Door die toezending is de dagvaarding dan rechtsgeldig betekend.
In dit geval was de verdachte ten tijde van het betekenen van de dagvaarding in hoger beroep niet in Nederland gedetineerd of ingeschreven in de BRP. Verder was van hem geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend. Uit de stukken blijkt echter wel van een adres in het buitenland, te weten “
[adres)]”, door de verdachte opgegeven tijdens zijn eerste politieverhoor op 21 november 2022, met dien verstande dat de eerste letter van de straatnaam staat vermeld met een “Y” in plaats van een “J”. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt weliswaar dat de appeldagvaarding op de voet van artikel 36e, derde lid, Sv is verzonden naar voornoemd adres in Bulgarije maar dat de postcode in het adres ontbrak. Uit openbare bronnen blijkt dat een postcode onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van een adres in Bulgarije. De omstandigheid dat in voornoemd politieverhoor evenmin een postcode wordt vermeld, maakt dat niet anders. Het openbaar ministerie mocht er in dit geval niet van uitgaan dat een postcode geen onderdeel uitmaakte van het adres van de verdachte in Bulgarije. Het openbaar ministerie diende derhalve de postcode te achterhalen en te vermelden voor een rechtsgeldige betekening.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan, nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. H.A. van Eijk en mr. M.C. van der Mei, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 mei 2025.
Mr. H.A. van Eijk en mr. M.C. van der Mei zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.