In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2024 bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het aanwezig hebben van een vuurwapen met munitie en het witwassen van een geldbedrag van €92.560.
Het hof heeft de rechtmatigheid van de doorzoeking van de auto van verdachte beoordeeld en enkele feitelijke onjuistheden gecorrigeerd, zoals de taalvaardigheid van verdachte. De verdachte heeft in hoger beroep een gewijzigde verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij het witwassen, waarbij hij toegaf het geld te hebben zien inpakken en vervoerd, maar ontkende kennis van het vuurwapen.
Het hof verwierp de verdediging dat DNA-overdracht op het wapen secundair was en achtte bewezen dat verdachte zich bewust was van het geld in zijn auto. De verklaring van verdachte werd niet aannemelijk geacht vanwege inconsistenties en timing.
Ten aanzien van het beslag vernietigde het hof het vonnis voor zover het beslag betreft en deed opnieuw recht: bepaalde voorwerpen worden verbeurd verklaard, andere aan het verkeer onttrokken en enkele worden teruggegeven aan verdachte. Het vonnis is uitgesproken door een meervoudige strafkamer op 8 mei 2025.