In een hoger beroepprocedure tussen gescheiden echtelieden heeft het Gerechtshof Amsterdam op 6 mei 2025 beslist dat een Maleisisch vonnis van 7 mei 2019 in Nederland erkend wordt. Dit vonnis bepaalt dat de vrouw geen recht heeft op pensioenverevening van de door de man in Nederland opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken.
De vrouw voerde aan dat ondanks het Maleisische vonnis de pensioenuitvoerder, Stichting Pensioenfonds Staples, gehouden blijft tot betaling van haar pensioenaandeel op grond van de Nederlandse Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps). Het hof oordeelde echter dat het recht op uitbetaling aan de pensioenuitvoerder is gekoppeld aan het bestaan van een recht op pensioenverevening tussen echtgenoten. Omdat het Maleisische vonnis dit recht ontkent, bestaat er geen verplichting voor Staples tot uitbetaling.
De vrouw verwees ook naar een uitspraak van de Syariah Court of Appeal uit oktober 2023, die volgens haar het eerdere vonnis vernietigde en haar het recht gaf een pensioenaanvraag te doen. Het hof kon deze uitspraak niet beoordelen vanwege het ontbreken van een volledige tekst en stelde vast dat dit geen invloed heeft op de erkenning van het Maleisische vonnis.
De grieven van de vrouw tegen het vonnis van 10 maart 2022, waarin zij was veroordeeld tot intrekking van haar pensioenvereveningsverzoek, faalden eveneens. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de vrouw in de proceskosten van het hoger beroep.