Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten van rijden onder invloed en rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
De verdachte had zich op diverse data schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto onder invloed van alcohol met ademalcoholwaarden van respectievelijk 820 en 805 microgram per liter uitgeademde lucht, aanzienlijk hoger dan de wettelijke limiet van 220 microgram. Daarnaast reed hij meerdere keren terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, geschorst of was gevorderd.
Het hof achtte de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de bekennende verklaring van de verdachte en diverse proces-verbalen en ademonderzoeken. Gelet op de ernst van de feiten, de gevaarzetting in het verkeer en het negeren van verkeersveiligheidsvoorschriften, legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht weken met een proeftijd van twee jaar op, een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van twaalf maanden. Tevens werd de inbeslaggenomen personenauto verbeurd verklaard.
De strafrechtelijke maatregel is mede gebaseerd op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die een gedragsverandering vertoont en begeleiding ontvangt. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, maar wilde met de voorwaardelijke straf en taakstraf recidive voorkomen.