AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor het opzettelijk voorhanden hebben van 216 stuks professioneel knalvuurwerk
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel knalvuurwerk, te weten 216 stuks Black Widow, op 18 november 2020 in Haarlem. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van vrijspraak door de economische politierechter en oordeelde dat het bewijs, waaronder chatberichten, foto’s, en de vondst van het vuurwerk in de auto van de verdachte, overtuigend was.
De verdachte voerde aan dat hij niet betrokken was bij de opslag of handel in het vuurwerk en dat zijn telefoon ook door anderen werd gebruikt. Het hof verwierp deze stellingen, gelet op de communicatie op de telefoon en het feit dat verdachte zelf professioneel vuurwerk te koop aanbood via Telegram. Ook werd vastgesteld dat de verdachte geen gespecialiseerde kennis had, waardoor het bezit van dit vuurwerk strafbaar was.
De strafoplegging bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een onvoorwaardelijke taakstraf van 220 uren, subsidiair 110 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. Het hof matigde de taakstraf vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. De straf benadrukt de ernst van het feit en de risico’s van professioneel vuurwerk voor de samenleving.
Het hof benadrukte het recht op een redelijke termijn en constateerde een overschrijding van ruim 11 maanden in hoger beroep, wat mede leidde tot matiging van de taakstraf. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen en het bewezenverklaarde werd als strafbaar aangemerkt onder de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 220 uren onvoorwaardelijke taakstraf voor het opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.
Voetnoten
1.Een proces-verbaal van 16 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 017-020).
2.Een proces-verbaal van 8 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 010-012).
3.Een proces-verbaal van 6 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 001-7).
4.Een niet ambtsedig proces-verbaal van 18 november 2020, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s 028-031).
5.Een niet ambtsedig proces-verbaal van 18 november 2020, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s 028-031).
6.Een proces-verbaal van 19 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 060-063).
7.Een proces-verbaal van 6 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 001-7).
8.Een kennisgeving van inbeslagneming van 19 november 2020 (doorgenummerde pagina 044), hetgeen betrekking heeft op goednummer PL1100-2020245359. En: een proces-verbaal van 7 december 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 108-148, in het bijzonder pagina’s 108-111 en pagina’s 114-120), hetgeen eveneens betrekking heeft op goednummer PL1100-2020245359.
9.Een proces-verbaal van 6 januari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 001-7).
10.Geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming van 18 november 2020 (doorgenummerde pagina 049).
11.De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 8 april 2025.
12.Een proces-verbaal van 26 april 2022 (inclusief bijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (los in dossier, digitale pagina’s 1-46, in het bijzonder pagina’s 1-7).