In hoger beroep vernietigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter en komt tot een andere bewezenverklaring. De verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld omdat het bewijs onvoldoende overtuigend is. Er is wel vastgesteld dat de verdachte de prostituee mishandelde door haar te duwen tegen haar borsten en te schoppen tegen haar been.
De mishandeling vond plaats in de beslotenheid van de werkkamer, waarbij het slachtoffer zich in een kwetsbare positie bevond. De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door een getuige en door het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die letsel constateerden en fotografeerden.
Het hof acht de mishandeling wettig en overtuigend bewezen en veroordeelt verdachte tot een geldboete van €500, mede gelet op de ernst van het feit, de kwetsbare positie van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De redelijke termijn is overschreden, maar dit leidt niet tot strafvermindering. De verdachte wordt vrijgesproken van de diefstal met geweld omdat de verklaringen uiteenlopen en het bezit van het gestolen goed niet is vastgesteld.