In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en tot een andere strafbeslissing gekomen. De verdachte werd bewezen verklaard op 24 juli 2021 te Amsterdam opzettelijk 2005,62 gram cocaïne te hebben vervoerd, een hoeveelheid die duidt op handel en verdere verspreiding.
De verklaring van de verdachte dat de cocaïne voor eigen gebruik en vrienden was, werd niet geloofd. Het hof hield rekening met de schadelijke effecten van drugs, de grote winsten uit de verboden handel en de daarmee gepaard gaande criminaliteit. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte werden meegewogen, evenals de LOVS-oriëntatiepunten voor strafmaat.
Hoewel het oriëntatiepunt voor deze hoeveelheid cocaïne een gevangenisstraf van 10 tot 12 maanden is, matigde het hof de straf tot 9 maanden vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan een jaar. Daarnaast verklaarde het hof diverse in beslag genomen voorwerpen, waaronder een auto, rugzak en telefoon, verbeurd of onttrokken aan het verkeer vanwege hun rol bij het delict.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 22 april 2025. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht op de straf.