ECLI:NL:GHAMS:2025:1090
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige deels vernietigd wegens verbeterde situatie
De zaak betreft de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een 15-jarige minderjarige, die sinds oktober 2022 bij zijn pleegmoeder verblijft. De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing voor de periode van 27 augustus 2024 tot 27 augustus 2025. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging of verkorting van de maatregelen.
De moeder erkende zorgen over de minderjarige maar stelde dat deze niet ernstig genoeg waren voor gedwongen maatregelen en dat hulpverlening in een vrijwillig kader volstond. De raad handhaafde de noodzaak van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen, waaronder schoolverzuim, gedragsproblemen en gezondheidsklachten. De pleegmoeder bevestigde dat hulpverlening nodig is maar dat de minderjarige bij haar kan blijven wonen.
Het hof concludeerde dat de oorspronkelijke ondertoezichtstelling en machtiging terecht waren gegeven vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige en de problematiek bij de moeder. Echter, de situatie was inmiddels aanzienlijk verbeterd: de minderjarige doet het goed op school en bij zijn baantje, de moeder is verhuisd en ontvangt hulp, en het gezin staat open voor systeemtherapie. Daarom is de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing vanaf de datum van het vonnis niet langer nodig. Het hof vernietigde de beschikking voor de resterende periode en wees de verzoeken van de raad voor verlenging af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot aan het vonnis en vernietigt deze daarna wegens verbeterde situatie.