ECLI:NL:GHAMS:2025:1088
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- T.M. Subelack
- J.F. Miedema
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en voortgezet gebruik echtelijke woning
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken en het gebruik van de voormalige echtelijke woning aan de vrouw is toegewezen tot 1 maart 2025. De vrouw verzet zich tegen de echtscheiding en wil het gebruik van de woning voortzetten totdat zij een geschikte woning heeft gevonden. De man stemt in met de echtscheiding en de beschikking.
Het hof oordeelt dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen de echtscheiding, omdat zij in eerste aanleg zelf om echtscheiding heeft verzocht en het hoger beroep niet bedoeld is om een toegewezen verzoek ongedaan te maken. Over het voortgezet gebruik van de woning weegt het hof de belangen van partijen af. De vrouw heeft een groter belang bij voortzetting vanwege de kinderen en haar beperkte woonmogelijkheden, terwijl de man meer financiële armslag heeft en tijdelijk elders kan verblijven.
Het hof kent de vrouw het recht toe om de woning en inboedel nog drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking te gebruiken, korter dan zij had verzocht. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek van de man om de vrouw in de kosten te veroordelen wordt afgewezen.
Uitkomst: Vrouw niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen echtscheiding; voortgezet gebruik woning toegekend voor drie maanden na inschrijving echtscheidingsbeschikking.