Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1045

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
23-003249-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van winkeldiefstal wegens onvoldoende bewijs in hoger beroep

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 24 november 2022 is verdachte verdacht van winkeldiefstal van goederen ter waarde van ongeveer 1700 euro, gepleegd tussen 20 november en 5 december 2021.

De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, terwijl de raadsman van verdachte vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs en twijfel over de identiteit van de dader op beeldmateriaal.

Het hof oordeelt dat ondanks belastende onderdelen in het dossier niet met de vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte de dader is. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van winkeldiefstal wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-003249-22
Datum uitspraak: 17 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-228302-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en haar raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks 20-11-2021 t/m 05-12-2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere winkelgoederen (t.w.v. ongeveer 1700 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd, te weten een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Hij heeft daartoe aangevoerd, dat de verdachte ontkent de persoon op de beelden te zijn, dat op de beelden en foto’s weinig onderscheidende kenmerken van de dader te zien zijn en dat het uiterlijk van die persoon afwijkt van dat van de verdachte.
Hoewel de inhoud van het dossier op onderdelen belastend is voor de verdachte, kan het hof niet met een voor de bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte degene is geweest die de winkeldiefstallen heeft gepleegd. Het hof vindt daarom niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. R.D. van Heffen en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 april 2025.