ECLI:NL:GHAMS:2024:783
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgregeling voor geleidelijke opbouw contact tussen vader en minderjarige
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling en contact tussen de vader en hun minderjarige kind na echtscheiding. De vader had een verzoek ingediend tot vaststelling van een zorgregeling, waarbij hij twee uur per veertien dagen contact wilde hebben. De moeder verzette zich hiertegen vanwege zorgen over de stabiliteit van de vader en het welzijn van het kind.
De vader had een verleden van alcoholverslaving, maar toonde positieve ontwikkelingen met begeleiding en een stabiele woonsituatie. Het contact tussen vader en kind was sinds medio 2018 vrijwel afwezig, met uitzondering van een begeleid contactmoment in februari 2023. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden een zorgregeling die aansluit bij de behoeften en het tempo van het kind.
Het hof oordeelde dat een zorgregeling noodzakelijk is als kader voor het geleidelijk opbouwen van contact. De vastgestelde regeling omvat één contactmoment per veertien dagen, waarbij ouders in overleg met de GI en hulpverlening de invulling kunnen bepalen. Het hof benadrukte het belang van passende hulpverlening en begeleiding voor het kind en ouders om onzekerheden en angsten te adresseren.
De beschikking van de rechtbank van 19 december 2018 werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling, die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het verzoek van de moeder om de zorgregeling af te wijzen werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt een zorgregeling vast die één contactmoment per veertien dagen tussen vader en minderjarige omvat, gericht op geleidelijke opbouw van contact.