ECLI:NL:GHAMS:2024:700
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk in procedure over legaat en effectendepots
In deze civiele procedure staat een geschil centraal over de uitvoering van een legaat en de afwikkeling van effecten en bankrekeningen van een overleden erflater. Appellanten, erfgenamen, zijn in eerste aanleg veroordeeld tot het verstrekken van diverse overzichten en specificaties over effecten, schulden en sieraden, op grond van een tussenvonnis van 5 januari 2022.
Appellanten stelden zich ontvankelijk in hoger beroep tegen dit tussenvonnis, stellende dat het een deelvonnis betreft en dat zij onvoldoende gelegenheid hadden gehad om te reageren op de incidentele vorderingen. Verweerders betoogden dat het vonnis een tussenvonnis is en dat hoger beroep slechts tegelijk met het eindvonnis mogelijk is.
Het hof oordeelt dat de toegewezen vorderingen op grond van artikel 843a Rv deel uitmaken van de voortgang of instructie van de zaak en dat het vonnis van 5 januari 2022 daarom een tussenvonnis is. De doorbrekingsjurisprudentie wordt niet gevolgd omdat appellanten voldoende gelegenheid hadden om te reageren. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof veroordeelt appellanten in de proceskosten van het hoger beroep en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellanten zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen het tussenvonnis van 5 januari 2022.