ECLI:NL:GHAMS:2024:685
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating van voeging aan zijde van partij met verstek in hoger beroep civiele procedure
In deze civiele procedure is Cotoland in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij haar vorderingen tegen RIEEF zijn afgewezen. RIEEF is in eerste aanleg en in hoger beroep niet verschenen, en tegen haar is verstek verleend. Raiffeisen, een partij met een belang bij de uitkomst, heeft incidenteel verzocht zich te voegen aan de zijde van RIEEF om verweer te voeren.
Het hof heeft overwogen dat een derde met een belang bij de procedure zich kan voegen aan de zijde van een partij, ook als die partij verstek heeft laten gaan. Raiffeisen heeft voldoende belang bij voeging omdat zij mogelijke nadelige gevolgen van de procedure vreest, zoals verhaal van schuld op haar als voormalig aandeelhouder van RIEEF.
Cotoland voerde aan dat voeging niet mogelijk is omdat RIEEF verstek heeft en de vereffenaar geen verweer wenst te voeren, maar het hof verwierp dit standpunt. De incidentele vordering van Raiffeisen tot voeging is daarom toegewezen. De beslissing over de kosten van het incident is aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak is verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Raiffeisen wordt toegestaan zich te voegen aan de zijde van RIEEF in het hoger beroep tegen Cotoland.