ECLI:NL:GHAMS:2024:599
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek verdeling echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak gaat het om een verzoek tot schorsing van de uitvoering van een beschikking van de rechtbank Amsterdam, waarin de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is geregeld na echtscheiding, met name de toedeling van de echtelijke woning aan de vrouw onder bepaalde voorwaarden.
De vrouw is het niet eens met de beslissing over de woning en verzoekt het hof om de uitvoering van deze beschikking te schorsen zolang het hoger beroep loopt. Zij stelt dat zij een onaanvaardbaar restitutierisico loopt omdat de man financieel niet in staat zou zijn om een eventuele terugbetaling te doen.
Het hof overweegt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat schorsing slechts kan worden toegewezen als er sprake is van een kennelijke misslag of als het belang van de vrouw zwaarder weegt dan dat van de man. De vrouw heeft haar stellingen onvoldoende onderbouwd en er is geen kennelijke misslag vastgesteld.
Het belang van de man bij directe uitvoering, gelet op zijn financiële situatie en het risico van niet-betaling, weegt zwaarder dan het belang van de vrouw bij schorsing. Daarom wijst het hof het verzoek tot schorsing af en kan de verdeling van de woning doorgaan tijdens de hoger beroepsprocedure.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de verdeling van de echtelijke woning af en laat de beschikking direct ten uitvoer leggen.