ECLI:NL:GHAMS:2024:595
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen echtscheiding en ontbreken ouderschapsplan leidt niet tot niet-ontvankelijkheid
Partijen zijn in 1999 gehuwd en hebben drie kinderen, waarvan twee minderjarig. De vrouw verzocht om echtscheiding, welke door de rechtbank is uitgesproken. De man kwam in hoger beroep tegen de echtscheiding en stelde dat het ontbreken van een ouderschapsplan tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek zou moeten leiden.
De vrouw stelde dat de relatie tussen partijen dusdanig verstoord was door grensoverschrijdend en agressief gedrag van de man, dat overleg over een ouderschapsplan niet mogelijk was. Zij onderbouwde dit met onder meer een e-mail van haar advocaat en het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht de vrouw ontvankelijk heeft verklaard, omdat redelijkerwijs geen ouderschapsplan kon worden overgelegd. De man heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat overleg onmogelijk was. Het verzoek tot echtscheiding wordt bekrachtigd en verdere behandeling van overige verzoeken wordt uitgesteld.
De beslissing is genomen door het Gerechtshof Amsterdam op 12 maart 2024, waarbij het ontbreken van een ouderschapsplan niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot echtscheiding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan vanwege de verstoorde relatie tussen partijen.