ECLI:NL:GHAMS:2024:590
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige kinderen bevestigd
In deze zaak ging het om de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen, die sinds december 2022 uit huis geplaatst zijn vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid en welzijn. De ouders waren in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze machtiging, stellende dat de situatie verbeterd is en dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat er nog onvoldoende zicht is op de opvoedsituatie en dat diagnostisch onderzoek bij de kinderen en ouders nog niet is afgerond. Dit onderzoek is noodzakelijk om de veiligheid en het welzijn van de kinderen te kunnen garanderen. De ouders hebben weliswaar medewerking toegezegd, maar het onderzoek is nog niet gestart.
Het hof oordeelde dat de verlenging van de machtiging terecht is. Ondanks verbeteringen in de woonomgeving en samenwerking, blijven er ernstige zorgen bestaan over de psychische gesteldheid van de ouders en de gevolgen voor de kinderen. Het ontbreken van diagnostisch onderzoek maakt het onmogelijk om de veiligheid in de thuissituatie te waarborgen. Daarom is verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk.
Het perspectiefbesluit van de GI om de kinderen in pleeggezinnen te laten verblijven, werd door het hof niet meegewogen omdat dit besluit nog getoetst moet worden en het onderzoek naar de problematiek ontbreekt. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verlengde de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 maart 2024.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen is verlengd tot 16 maart 2024 vanwege aanhoudende ernstige zorgen en het ontbreken van diagnostisch onderzoek.