ECLI:NL:GHAMS:2024:402
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling proceskosten in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde zekerheidstelling voor proceskosten van de appellante in hoger beroep, om te voorkomen dat zij deze kosten zou verrekenen met rentecomponenten van een eerdere vordering. Het hof overweegt dat artikel 224 lid 1 Rv Pro, dat zekerheidstelling voorschrijft voor eisers zonder woonplaats in Nederland, niet van toepassing is op de appellante die in Nederland gevestigd is en bovendien oorspronkelijk gedaagde was.
De vordering tot zekerheidstelling wordt naar analogie op artikel 224 Rv Pro afgewezen, omdat geen rechtsgrond bestaat om de appellante tot zekerheidstelling te verplichten. Argumenten van de geïntimeerde dat zonder zekerheidstelling de toegang tot het recht wordt belemmerd, worden door het hof niet gevolgd.
Het hof wijst de vordering af en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. De kosten van het incident worden aan de verliezende partij opgelegd. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgrond.