Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
B 4.1.1 Until the wife has moved to the new apartment, the husband will pay the rent for the rental apartment the wife and the children currently live in ( [A-straat] ) and their living costs ultimately until June 30th 2021. Living costs is limited to: utilities for the current rental apartment, internet cost, children activities and children clothes.
4.2 During the marriage, both spouses have contributed proportionally from his/her separate assets to the costs of the joint household. On the basis of the relation during marriage, the parties agree in mediation that there will be no compensation from one to another on this topic.”.
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
4.2 During the marriage, both spouses have contributed proportionally from his/her separate assets to the costs of the joint household. On the basis of the relation during marriage, the parties agree in mediation that there will be no compensation from one to another on this topic.”. Artikel 4.2 DSA moet volgens de vrouw zo worden begrepen dat partijen over ook de periode vanaf het sluiten van de MSA tot het moment van echtscheiding niets meer van elkaar te vorderen hebben ter zake de kosten van de huishouding, óók niet als de man meer aan die kosten heeft bijgedragen dan hij op grond van de afspraken uit de MSA zou moeten doen. Volgens de man ziet art. 4.2 DSA niet op de periode waarom het in dit geval gaat, maar juist alleen de periode vóór 19 maart 2021, de dag waarop de MSA en de DSA beide zijn getekend.