Het hof is van oordeel dat de man – tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw – onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het appartement slechts € 25.000,- waard is en overweegt daartoe als volgt.
De vrouw heeft een taxatierapport van Bankaci Gayrimenkul Consultancy van 2 november 2023 in het geding gebracht, waaruit blijkt dat het appartement op die datum een verkoopwaarde had van 2.300.000,- tot 2.400.000 Turkse Lira (TL). Uitgaande van een wisselkoers op 2 november 2023 van 1 € = 30,1734 TL komt dat neer op ongeveer € 76.226,- tot € 79.540,-. Weliswaar heeft de man de inhoud van dit rapport betwist, maar ook deze betwisting acht het hof onvoldoende in het licht van hetgeen de vrouw ter toelichting op dit rapport naar voren heeft gebracht. Zo heeft de man aangevoerd dat de taxateur ten onrechte is uitgegaan van een woonoppervlakte van 160 m2, terwijl het appartement een oppervlakte heeft van 120 m2. De vrouw heeft in reactie daarop toegelicht dat de taxateur geen toestemming kreeg om het appartement te betreden. Hij heeft zich om die reden gebaseerd op de plattegrond van het appartementencomplex, die hij heeft opgevraagd bij het bedrijf dat het complex heeft gebouwd. Daarnaast heeft de taxateur bij de buren van naastgelegen appartementen geïnformeerd naar de oppervlakte van hun (vergelijkbare) appartement. Op de plattegrond staat een bruto oppervlakte vermeld van 172,55 m2. Omdat dit inclusief een deel van de gezamenlijke hal is, is de taxateur uitgegaan van een netto oppervlakte van 160 m2, aldus de vrouw. De man heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat van een kleiner woonoppervlak moet worden uitgegaan, een verklaring overgelegd van de nieuwe eigenaar van het appartement, waarin deze aangeeft dat de oppervlakte 120 m2 bedraagt. De vrouw heeft daarop de betrouwbaarheid van de verklaring betwist met de stelling dat de nieuwe eigenaar een bekende is van de man. Dit blijkt volgens haar uit het navolgende. Partijen hadden in 2017 via een coöperatie een stukje grond in Incek (Turkije) gekocht. De vader van de nieuwe eigenaar was betrokken bij deze coöperatie. In het viergesprek voorafgaand aan de echtscheidingsprocedure heeft de man aangegeven dat de bij deze coöperatie betrokken personen onvindbaar waren, dat met betrekking tot de grond niets geregistreerd is op naam van partijen en dat zij dus belazerd zijn. De vrouw acht het vervolgens opmerkelijk dat de man het appartement verkoopt aan de zoon van deze onvindbare persoon. Hieruit blijkt dat de man bevriend is met de nieuwe eigenaar, dan wel dat de vader van de man – die in Turkije de verkoop van het appartement heeft geregeld – bevriend is met de nieuwe eigenaar en diens vader, aldus nog steeds de vrouw.
In het licht van het bovenstaande kon de man niet volstaan met slechts de blote ontkenning dat de nieuwe eigenaar een bekende van hem is. Aldus heeft hij naar het oordeel van het hof onvoldoende betwist dat de koper tot zijn kennissenkring kan worden gerekend. Daarvan gaat het hof dus uit, hetgeen de door hem opgevoerde meting van het appartement (door een volgens hem tot dan toe voor hem onbekende koper) minder betrouwbaar maakt.
De man heeft verder nog aangevoerd dat in het taxatierapport is uitgegaan van een onjuist bouwjaar en dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat het een niet-gelegaliseerd appartement betreft, hetgeen allebei waardedrukkende factoren zijn. De vrouw heeft ook dit betwist. Ter zake van het bouwjaar heeft zij een factuur uit 2013 van de aansluiting op het waternet in het geding gebracht. De man heeft een factuur uit 2011 in het geding gebracht, maar daarop staan een ander adres en een andere naam vermeld. Naar het oordeel van het hof heeft de man dan ook niet aangetoond dat het appartement een ouder bouwjaar heeft dan 2013. De vrouw heeft betwist dat het wel of niet gelegaliseerd zijn van een woning invloed heeft op de waarde daarvan; hooguit op het verkrijgen een hypotheek voor een dergelijke woning. Het hof acht deze betwisting, die niet is onderbouwd, niet aannemelijk. Als het niet mogelijk is om een hypothecaire lening af te sluiten voor een niet-gelegaliseerde woning – en ook geen aardbevingsverzekering, zoals de man ter zitting in hoger beroep onweersproken heeft gesteld – dan kan dit niet anders dan invloed hebben op de waarde van deze woning. Aan het kopen van een dergelijke woning zijn immers meer onzekerheden verbonden dan aan het kopen van een gelegaliseerde woning. Omdat uit het door de vrouw overgelegde taxatierapport niet duidelijk wordt in hoeverre rekening is gehouden met het feit dat het appartement niet gelegaliseerd is en voor het hof ook niet duidelijk is of de door de vrouw overgelegde advertenties van vergelijkbare appartementen zien op niet-gelegaliseerde appartementen, ziet het hof hierin aanleiding om van een lagere waarde uit te gaan dan genoemd in het door de vrouw overgelegde taxatierapport.
De man heeft nog een verklaring in het geding gebracht van vastgoedexpert [X] van 19 december 2023, die aangeeft dat de waarde van het appartement per april 2023 maximaal 600.000 TL bedraagt. Uitgaande van een wisselkoers op 18 april 2023 van 1 € = 21,3011 TL komt dat neer op ongeveer € 28.168,-. Ook van deze waarde zal het hof niet uitgaan. De verklaring van voornoemde vastgoedexpert is slechts summier van aard. Aan die verklaring kan het hof geen aanknopingspunten ontlenen waarom hij op een aanzienlijk lagere waarde uitkomt dan de waarde genoemd in het veel gedetailleerdere taxatierapport van 2 november 2023.