Uitspraak
mr. M.J. Folkeringa, kantoorhoudende te Haarlem,
mr. R.G. Roeffen, kantoorhoudende te Eindhoven.
- verzoekster als [A] ;
- verweerster als OSC Horses.
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster heeft de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van OSC Horses B.V. en een derde als bestuurder te benoemen. Dit verzoek werd ingediend in het kader van een aandeelhoudersgeschil waarbij verzoekster en haar ex-partner ieder 50% van de aandelen en het bestuur van de vennootschap bezitten.
Naar aanleiding van het verzoek heeft de vennootschap verweer gevoerd en proceskosten gevorderd nadat verzoekster haar enquêteverzoek had ingetrokken. De Ondernemingskamer oordeelt dat door de intrekking het verzoek geen beoordeling behoeft en verklaart verzoekster niet-ontvankelijk.
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskostenveroordeling aan de vennootschap, mede gelet op de nauwe verwevenheid van de procedure met de echtscheidingsprocedure tussen de aandeelhouders. De procedure in Zwitserland heeft een ander doel en inzet dan de enquêteprocedure.
De beschikking wordt uitgesproken door vijf raadsheren en de griffier en bevat een afwijzing van het verzoek tot proceskostenveroordeling en niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar enquêteverzoek.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar enquêteverzoek en het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen.