ECLI:NL:GHAMS:2024:3351
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn en geringe ernst afvalachterlating
De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld voor het achterlaten van afval op de openbare weg, een hinderlijk feit dat ergernis en verontreiniging veroorzaakt. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft het vonnis van de economische politierechter bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging, die het vernietigt. Het hof heeft de verweren van de verdediging besproken, waaronder het betoog van excessief overheidsoptreden en het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht van een opsporingsambtenaar. Deze verweren zijn verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en voldoende compensatie van het ondervragingsrecht.
Het hof constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van de strafzaak is overschreden, aangezien het hoger beroep werd ingesteld in december 2019 en het arrest pas in december 2022 is gewezen. Gelet op het tijdsverloop, de geringe ernst van het feit en de reeds opgelegde vrijheidsbenemende straffen in andere zaken tegen de verdachte, wordt bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Het arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2022.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn en geringe ernst van het feit.