ECLI:NL:GHAMS:2024:331
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak was tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland hoger beroep ingesteld door de verdachte. Tijdens de procedure gaf de raadsman aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, maar dat intrekking niet meer mogelijk was omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds was aangevangen.
De advocaat-generaal vorderde daarop dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard zou worden in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het hof stelde vast dat de verdachte zijn eerdere bezwaren tegen het vonnis introk en dat er geen rechtens te respecteren belang was bij voortzetting van het hoger beroep.
Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 januari 2024.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep.