ECLI:NL:GHAMS:2024:3153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2024 in meerdere strafzaken. Tijdens de terechtzitting op 3 oktober 2024 gaf de raadsman namens de verdachte aan dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven. Hierdoor worden de eerder opgegeven bezwaren ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep in overweging genomen. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang dat gediend is met nader onderzoek, en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 oktober 2024. De uitspraak betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven daarvan.