ECLI:NL:GHAMS:2024:3119
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D. Kingma
- M.E. Hinskens - van Neck
- M.J.R. Brons
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bouw op mandelige muur en veroordeling tot bouwkundige oplossing met dwangsom
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde onrechtmatig handelde door een uitbouw deels op de fundering van een mandelige muur te laten rusten, waardoor appellanten hun serre niet konden bouwen. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest waarin geïntimeerde de gelegenheid kreeg tegenbewijs te leveren, maar hij maakte hier geen gebruik van en berustte in de veroordeling.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde onrechtmatig jegens appellanten heeft gehandeld door zijn uitbouw op de mandelige muur te laten rusten. De vordering tot verwijdering van de uitbouw werd afgewezen omdat een minder ingrijpende oplossing mogelijk is, namelijk het aanbrengen van een extra heipaal onder de fundering. Het hof veroordeelde geïntimeerde om binnen twee maanden een bouwkundige oplossing te realiseren die de draagkracht van de fundering voldoende maakt, op straffe van een dwangsom.
Daarnaast wees het hof de gevorderde schadevergoeding af omdat de schade door sloopwerkzaamheden niet onrechtmatig was en de kosten voor juridische procedures niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Wel werd een bedrag van € 574,55 aan redelijke kosten voor een bouwkundig rapport toegewezen. De proceskosten werden in beide instanties gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een gematigde dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 25.000 om naleving te stimuleren. Hiermee wordt de onrechtmatige situatie effectief opgeheven zonder onnodige verwijdering van de uitbouw.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot een bouwkundige oplossing met dwangsom en vergoeding van bouwkundige rapportkosten, overige vorderingen worden afgewezen.